Voor gemeenten en GGD
Weten waar het vochtig is, ook waar niemand klaagt
Wat een gemeente nu over vocht en schimmel weet, komt uit enquêtes, meldingen en de gezondheidsmonitor. Dat loopt achter, en het is vertekend, want de meeste huurders melden niet. De cijfers van corporaties zijn onderling ook niet te vergelijken. Wij meten met dezelfde methode in elke woning en laten de gemeente de stad zien zonder dat er ooit een adres in beeld komt.
Het staat op iedere agenda, maar niemand meet de uitkomst
In de Nationale Prestatieafspraken staat dat het bestrijden van vocht en schimmel hoge prioriteit heeft. In april 2026 stuurde de minister een Kamerbrief over de aanpak in huurwoningen. Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht hebben allemaal een eigen programma, met monitors, crisisteams en onafhankelijke experts. Amsterdam stak er 3,3 miljoen euro extra in.
Gemeenten hebben hier een inspanningsverplichting en geven er geld aan uit. Wat in al die programma's ontbreekt, is een gemeten resultaat: waar de problemen zitten, waarom ze daar zitten en welke oplossing werkt. De Amsterdamse monitor telt meldingen en belt huurders na om te vragen of het is opgelost. In Den Haag wordt na een ingreep niet gemeten of het droog blijft. Of het geld iets oplevert, weet niemand.
Vocht en schimmel raken bijna elke portefeuille
Achter een schimmelmelding zit vaak meer dan een natte muur: een kind met astma, een gezin dat de verwarming uit laat om geld te sparen, of een isolatieproject dat net verkeerd uitpakte. Daarom gaat het niet alleen over wonen.
- Gezondheid
- Welke groepen woningen en bewoners risico lopen, en of het na een maatregel echt beter wordt. Samen met de GGD.
- Energiearmoede
- Waar en in welke woningtypes kamers koud blijven, zodat energiecoaches eerst daar komen. Altijd als groep; per huishouden alleen als de bewoner zelf om hulp vraagt.
- Verduurzaming
- Een meting voor en na isolatie laat zien of een woning droger wordt, of juist vochtiger omdat de ventilatie tekortschiet.
- Particuliere huur
- Waar de corporatieroute niet bestaat, kan een onafhankelijke meting een meningsverschil tussen huurder en verhuurder sneller beslechten. Alleen op verzoek van de bewoner, nooit als opsporingsmiddel.
- Hitte in de zomer
- Dezelfde sensor laat 's zomers zien hoe warm slaapkamers 's nachts blijven. Zo levert hij het hele jaar iets op.
Zicht op de stad, met een methode die u kunt uitleggen
- Zicht op de stad
- Per wijk, bouwperiode en soort verhuurder: het aandeel woningen met verhoogd of hoog risico, met marges, en hoe dat per maand verandert. Groepen kleiner dan tien woningen voegen we samen. Complex, adres en verhuurder zijn niet op te vragen.
- Onderbouwing voor de prestatieafspraken
- Een kwartaalrapport met de methode erbij, bruikbaar als bijlage bij een raadsstuk, en een filtertool waarin uw eigen analisten kunnen werken.
- De meting achter het onafhankelijke onderzoek
- Waar een gemeente een onafhankelijke expert inzet, levert een meetperiode de feiten waarop die expert zijn oordeel kan baseren. Hoe vaak meting en inspectie het met elkaar eens zijn, houden we in de pilot bij en rapporteren we.
- Vroeg zien waar het misgaat
- Nulmetingen bij mutatie laten zien waar het risico zit voordat de eerste bewoner klaagt. Per bouwperiode, niet per adres.
Voor de adviseur milieu en gezondheid
Dezelfde geaggregeerde cijfers, maar met een andere vraag erachter: welke groepen lopen risico, en houdt de methode stand als een epidemioloog ernaar kijkt. We leggen alles open: welke sensor, welke drempels, welke bouwfysica, hoe we de koudste plek schatten en hoe groot de onzekerheid daarbij is. Het verband tussen vochtige woningen en luchtwegklachten (30 tot 50 procent meer, volgens de WHO) gebruiken we als context, nooit als uitspraak over één woning.
We zoeken een GGD of kennisinstelling die de pilot vanaf begin 2027 van buitenaf wil beoordelen. Neem contact op
De gemeente ziet nooit een adres
Een meetreeks per minuut laat zien wanneer iemand thuis is, slaapt, doucht of kookt. Daarom behandelen we zo'n reeks als persoonsgegeven en blijft hij binnen Woongezond. De gemeente ziet alleen de bovenste laag: opgeteld, minstens tien woningen per groep, en vanuit die cijfers is er geen weg terug naar een persoon, een adres of een verhuurder. Hoe de vier datalagen werken.